Prenatale blootstelling kan effecten geven in de rest van je leven

Ir. Hans Meijer was namens het ministerie van Infrastructuur en Milieu waarnemer bij de Commissie Prenatale blootstelling aan stoffen die begin 2014 advies uitbracht. Bij het ministerie hield hij zich op dat moment vooral bezig met ‘nieuwe risico’s’: risico’s van bijvoorbeeld hormoonverstorende stoffen, nanomaterialen en combinatie-effecten van chemische stoffen. Risico’s waarop de huidige regelgeving nog onvoldoende is berekend.

Zwangere vrouwWaarom vroeg het ministerie de Gezondheidsraad om advies over prenatale blootstelling?

IenM is het eerstverantwoordelijke ministerie voor de goede uitvoering van REACH. REACH is een Europese verordening over de productie van en handel in chemische stoffen. De naam staat voor: Registratie, Evaluatie, Autorisatie en restrictie van Chemische stoffen. Natuurlijk zijn ook andere departementen betrokken zoals SZW voor arbozaken en VWS voor de gezondheid van consumenten. REACH legt de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van chemische stoffen bij de fabrikanten. Die moeten een aantal tests uitvoeren om te laten zien dat een veilig gebruik van een stof mogelijk is. De vraag die we hebben voorgelegd aan de Gezondheidsraad is: kan prenatale blootstelling aan stoffen effecten geven op latere leeftijd? En zo ja, wordt daar in de beoordeling van de veiligheid van stoffen voldoende rekening mee gehouden?

Wat is voor u de belangrijkste conclusie uit het advies?

Uit het advies blijkt inderdaad dat prenatale blootstelling aan stoffen in Nederland heeft geleid tot negatieve gezondheidseffecten, soms vele jaren later. Daarbij blijkt dat juist in de prenatale fase de gevoeligheid het grootst is voor stoffen die invloed hebben op het neurologische en het hormoonsysteem terwijl juist deze effecten maar beperkt worden meegewogen bij het beoordelen van de veiligheid van stoffen. Dat is een belangrijke constatering.
Om de effecten van prenatale blootstelling te onderzoeken, heeft de commissie de gegevens van een tiental stoffen bestudeerd. Ze koos vooral voor ‘bekende’ schadelijke stoffen omdat daarvoor de meeste studies beschikbaar zijn dus het bewijs het krachtigst is. Met opzet heeft de commissie ook gekeken naar een aantal stoffen waarover minder eenduidigheid bestaat over de schadelijkheid. Daarvoor was weliswaar minder bewijslast beschikbaar, maar een beschouwing over die stoffen was wel maatschappelijk relevanter.
De Gezondheidsraad constateert dat de blootstelling aan de meeste beoordeelde stoffen door gericht beleid al effectief is teruggedrongen. Soms is er nog steeds enige blootstelling aan stoffen die al vele jaren verboden zijn zoals PCB’s en DDT omdat ze zo langzaam uit het milieu verdwijnen. Een opvallende conclusie is dat lood, ook al is de blootstelling de afgelopen decennia al ver teruggedrongen, nog steeds leidt tot gezondheidsschade. Er zijn al veel maatregelen genomen om de belasting met lood terug te dringen maar het blijkt dat de veilige blootstelling aan lood veel lager ligt dan eerder werd aangenomen. Bijvoorbeeld in die gevallen dat in huizen nog loden waterleidingen aanwezig zijn kan het ongeboren kind hierdoor – via de moeder – schade oplopen.

Wat is er met het advies gebeurd?

Staatssecretaris Mansveld heeft het advies mede namens de minister van VWS aan de Tweede Kamer gestuurd, met haar voorgenomen maatregelen. De Kamer heeft vervolgens deze brief geagendeerd voor een Algemeen Overleg en voorafgaand daaraan gevraagd om een Technische Briefing over het rapport. Tijdens de briefing hebben de vicevoorzitter van de commissie en een deskundige van het RIVM de Kamerleden verteld wat de betekenis is van het rapport. In een Kamerdebat werd gevraagd om een verbod op bisfenol A en om betere communicatie, met name aan vrouwen die in verwachting zijn. Moties hierover haalden echter geen meerderheid. Ook werd gevraagd om meer bij te dragen aan de internationale ontwikkeling van testmethoden omdat de huidige volgens de Gezondheidsraad nog tekort schieten. Er is toen geantwoord dat Nederland al veel bijdraagt aan de verbetering van testmethoden.

Bent u tevreden over de huidige veiligheidsbeoordeling?

Voordat REACH werd vastgesteld was er informatie over de veiligheid van een paar duizend stoffen. Inmiddels hebben we informatie over meer dan 13.000 stoffen en in 2018, als REACH volledig in werking is, hebben we informatie over 30.000 stoffen. Er is nu sprake van een inhaalslag en we maken grote stappen vooruit. De Gezondheidsraad beveelt aan om een aantal verbeteringen in de regelgeving te overwegen. De staatssecretaris heeft gesteld dat ze blij is met dit advies omdat zij het van groot belang acht dat de veiligheid van stoffen zo goed mogelijk wordt beoordeeld.