Nieuwe antistollingsmiddelen: hoezee of hype?

In oktober 2011 vroeg het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de Gezondheidsraad om advies over een veelbelovende nieuwe generatie antistollingsmiddelen. Patrick Kruger van VWS: ‘Van cardiologen hoorden wij veel hoezee voor die nieuwe middelen en ze wilden die zo snel mogelijk aan hun patiënten mogen voorschrijven. De trombosediensten daarentegen brachten naar voren dat de oude middelen ook goed waren en dat ze hun werk op de bekende manier wilden blijven doen. Voor VWS is het in zo’n situatie fijn om een onafhankelijk advies te kunnen vragen van een door iedereen gerespecteerde club als de Gezondheidsraad.’

‘Het adviestraject heeft mijzelf ook echt geholpen. Doordat ik als waarnemer bij de commissievergaderingen zat, heb ik veel geleerd over de materie en begrijp ik de overwegingen van de commissie en de discussiepunten. Dat heeft toch meerwaarde boven alleen het rapport zelf lezen. Omgekeerd kon ik de achtergrond van de vraag toelichten en in de gaten houden of er adviezen uit gingen komen waar de minister wat aan had. We wilden er zo snel mogelijk mee de boer op: de beroepsgroepen – cardiologen, internisten, neurologen en in hun kielzog laboratoriummensen – moest hun richtlijnen gaan aanpassen zodat de nieuwe middelen veilig zouden landen.’

‘Ik ben heel tevreden met het adviestraject. Het advies was concreet genoeg om er gelijk met het veld mee aan de slag te gaan, wat we ook gedaan hebben. Ik kan niet zeggen dat we ALLES hebben gekregen waar we op hoopten. De commissie heeft zich vooral gericht op de effectiviteit van de middelen. Voor de organisatorische kant heeft ze wel richtingen aangegeven, maar geen blauwdruk. De Gezondheidsraad vindt dat in dit dossier de eigen rol daar ophoudt. Voor ons als beleidsambtenaren geldt: hoe gezaghebbender en uitgewerkter een advies is, hoe makkelijker ons werk. Dan hoeven wij alleen maar in te koppen.’