Met vereende krachten jagen op Brusselse ‘potjes’

Hoe weten Nederlandse onderzoekers of er Europese steun voor hun voorgenomen onderzoeken op het gebied van volksgezondheid en gezondheids­zorg is? Of omgekeerd: voor welke onderwerpen zijn Europese ‘potjes’ beschikbaar, en hoe zou je een onderzoek moeten inkleden om zo’n potje te kunnen veroveren? Om dergelijke vragen te kunnen beantwoorden moet je vertrouwde contacten hebben in Brussel, en dat is waarom in 2006 Neth-ER werd opgericht. Neth-ER is een vereniging waar negen kennisinstellingen lid van zijn, onder meer de Nederlandse Federatie van Universitaire Medische Centra, waar de acht UMC’s weer lid van zijn. Charlotte Geerdink werkt er als beleidsmedewerker.

Charlotte Geerdink: “Wat te doen met Brussel?”, die vraag speelt bij elke kennisinstelling in Nederland. Als ledenvereniging is Neth-ER de vooruitgeschoven post voor deze instellingen. We zijn voor onze belangenbehartiging enorm geholpen met Blik op Brussel. In dit advies doet de Gezondheidsraad een paar bruikbare aanbevelingen.’

De eerste aanbeveling is: werk samen. Europese beleidsmakers kunnen geïrriteerd raken als elk UMC op eigen houtje gaat lobbyen. Liever praten ze met één persoon of instantie die de Nederlandse belangen of liever nog bredere grensoverschrijdende belangen vertegenwoordigt. De kans is dan ook groter dat je er wat uitsleept.

Een tweede les: zoek naar een paar prioritaire thema’s waarop je gaat lobbyen in Brussel. Vanuit Brussel is op het gebied van gezondheids­zorg ingestoken op het maatschappelijke thema van vergrijzing en gezond oud worden. Neth-ER helpt de NFU en de UMC’s richting te bepalen op deze thema’s.

Ten derde de organisatie: de Gezondheidsraad adviseert terecht om een brede klankbordgroep op het terrein van gezondheid in te stellen. Vanuit Nederland wordt er al over nagedacht om de huidige klankbordgroepen te revitaliseren en breder samen te stellen.

Het advies Blik op Brussel kwam uit op 28 november 2012. We zijn er direct volop mee aan de gang gegaan. Het scheelt natuurlijk dat we ook al bij het vooroverleg betrokken waren, dus dan help je mee om er een uitvoerbaar advies van te maken. Het is heel belangrijk dat deze aanbevelingen door de Gezondheidsraad op papier zijn gezet. Zo’n advies biedt een extra incentive om actie te ondernemen. En echt: overal waar ik heen ga, neem ik het advies mee. Zo heeft het al een behoorlijke verspreiding gekregen hier bij vooral Nederlandse ambtenaren die bij de Europese Commissie werken en in Nederland bij de UMC’s.

Alle aanbevelingen van de raad zijn nuttig, maar sommige aanbevelingen zijn beter haalbaar dan andere. Dat heeft vooral te maken met de economische situatie en de keuzes die de overheid maakt. Om Europees goed te blijven presteren zou er op nationaal niveau zowel financiële als personele ondersteuning geboden moeten worden. Daarnaast moeten kennisinstellingen in staat zijn om, wanneer een project is binnengehaald, aan hun matchingsverplichtingen te voldoen. Dit beschouw ik als een oproep aan de overheid om juist in tijden van crisis te investeren in onderzoek en innovatie.