De buren van de boer willen op zijn minst spuitvrije zones

Rodina Fournell is een van de oprichters van stichting Bollenboos. Samen met andere burgers uit de Drenthse gemeente Westerveld maakt zij zich zorgen over de nadelige gevolgen van de lelieteelt in hun provincie. Rodina Fournell was een van de mensen die in 2013 meedeed aan de hoorzittingen van de Gezondheidsraad ter voorbereiding van het advies over gewasbescherming en omwonenden.

Foto: Harry Cock uit Dwingeloo.

Wat is bij u in de buurt het probleem?

Dertien jaar geleden begon de opkomst van de leliebollenteelt. Het eerst trok de schade aan het landschap onze aandacht. We wonen hier op prachtige oude esgronden. Bij het rooien van de bollen gaat een hoop grond mee, waardoor we middeleeuwse landschappen zagen vervlakken.
Vervolgens viel het ons op dat de trekker die de bollen kwam bespuiten wel heel vaak langskwam. We begonnen te googelen om te zien wat er dan precies over die bollen ging. In de glossy middeleninformatie van de fabrikanten staan alle plagen waartegen ze het gewas beschermen. Maar je leest ook hoe er meerdere bestrijdingsmiddelen met elkaar vermengd worden en hoe die cocktail over het land wordt verspreid. Het leek ons raar dat je gevaarloos zoveel bestrijdingsmiddelen met elkaar zou kunnen vermengen en in de leefomgeving brengen. We waren gaan googelen om gerustgesteld te worden, en het tegendeel gebeurde. En er deden steeds vaker vreemde verhalen de ronde. In een gehucht waren er ineens in een straat zes mensen met darmkanker. Honden werden ziek. Paarden wilden na het dekken maar niet drachtig raken. Niemand hier wist hoe betrouwbaar die verhalen waren. En gek genoeg bleek er eigenlijk helemaal geen onderzoek naar gedaan te zijn.

Hoe kwam de Gezondheidsraad bij u terecht?

In 2011 uitten we onze zorg in een uitzending van Zembla. Naar aanleiding daarvan kwamen er kamervragen en verzocht de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu de Gezondheidsraad om advies uit te brengen over de effecten van gewasbeschermingsmiddelen. Ook wilde hij dat de raad omwonenden zou raadplegen. Vanuit de Gezondheidsraad werd ons gevraagd of we wilden optreden bij de eerste hoorzitting. Dat hebben we heel graag gedaan. We hebben een presentatie kunnen houden waarbij we konden laten zien wat het betekent om met bestrijdingsmiddelen rond je woning te leven. Dat je bijvoorbeeld echt je eigen aardbeien niet meer durft te eten.

Heeft u zich gehoord gevoeld?

Ja, zeer. Het was zo frustrerend dat er daarvoor helemaal geen aandacht aan onze situatie was besteed. We hebben onze kinderen in de kinderwagen buiten laten slapen omdat dat zo gezond was... maar hoe erg is zoiets geweest? Bij de hoorzitting konden we die zorgen uiten.

Bent u tevreden met het advies?

Het conceptrapport hebben we met gemengde gevoelens gelezen. Je krijgt gelijk maar wilt dat liever niet hebben. We hadden stilletjes gehoopt dat het allemaal onze hersenspinsels zouden zijn, en dan is het confronterend dat ook de Gezondheidsraad schrijft dat gewasbeschermingsmiddelen risicovol kunnen zijn voor omwonenden. Bij de tweede hoorzitting, zomer 2013, konden we reageren op het conceptrapport. Wij hebben toen betoogd: als u in uw rapport al zegt dat er blootstellingsonderzoek moet komen omdat er aanwijzingen zijn dat omwonenden risico’s lopen, dan moet je toch niet wachten met ingrijpen? Als die aanwijzingen er zijn, dan zou je toch nu al moeten gaan handelen op basis van het voorzorgprincipe?

Hoe nu verder?

Uw raad heeft ons er heel erg bij betrokken. Onze situatie is op de agenda gekomen terwijl dat helemaal niet zo was. Ook hebben we een enorme waardering voor het rapport. Aan de Gezondheidsraad zal het niet liggen. Het is nu net hoe het wordt opgepakt. Met de politici en het RIVM die er iets mee moeten gaan doen hebben we helemaal geen contact. We zitten nu in de positie dat we achteraf gaan horen wat er gaat gebeuren. Wij zijn geen LTO, geen brancheorganisatie, en tellen gewoon minder mee. We zijn een stel bezorgde vrijwilligers die meer van gewasbescherming zijn gaan weten dan we ooit hadden kunnen denken, maar we kunnen hier geen dagtaak van maken. De spuitvrije zones die nu zijn voorgesteld als maatregel voor de tussentijd, die kunnen we nog wel controleren. Maar een verscherping van de toelatingseisen voor dit soort middelen, daar kunnen wij niet meer bij. We voelen ons nu weer machtelozer en hopen er maar het beste van.