Argeloze blootstelling is het gevaarlijkst

Fenneke Linker is senior expert arbeidshygiëne en toxicologie bij DSM in Heerlen. Voor het wereldwijd werkende DSM is de Nederlandse tak de bakermat waar een aanzienlijk deel van het onderzoek, de ontwikkeling en de innovatie plaatsvinden. Vervolgens wordt deze kennis vertaald in de meest uiteenlopende producten: van verven tot kleding, van medische hulpmiddelen tot meubels, van voedingssupplementen tot elektronica. Werken met gesynthetiseerde nanodeeltjes mag anderen nog als science fiction in de oren klinken, hier onderzoekt men de toepassing van deze technologie al volop.

Fenneke LinkerFenneke Linker: ‘Blootstelling aan nanodeeltjes is niets nieuws en we zijn er in de evolutie al heel oud mee geworden. Ze komen vrij als je een kaars of een openhaard aansteekt, ze zitten in uitlaatgassen en eigenlijk sowieso in de lucht. Als je zo min mogelijk nanodeeltjes wilt inademen moet je op een berg in Zwitserland gaan zitten. Wel nieuw zijn de gesynthetiseerde nanodeeltjes: deeltjes die expres zo klein worden gemaakt zodat ze gebruikt kunnen worden voor een specifieke technologie. Er zijn ontzettend veel verschillende nanotechnologieën. Je krijgt al snel spraakverwarring omdat iedereen praat vanuit zijn eigen beeld.

Ook vroeger werden er al technieken toegepast waarbij nanodeeltjes het belangrijke werk deden, alleen wisten we dat toen nog niet. Aan rubbers bijvoorbeeld, wordt roet toegevoegd voor stevigte en duurzaamheid. Nu we betere technieken hebben om materialen zichtbaar te maken – denk aan elektronenmicroscopen –kunnen we vaststellen dat het de nanodeeltjes in het roet zijn die de verbindingen maken. Een volgende stap is dat je gaat kijken waar je dit proces in andere toepassingen kunt gebruiken. Bij DSM zijn we niet extra bezorgd over het werken met nanodeeltjes; de ingerichte risicobeoordelingen voor gevaarlijke stoffen werken ook voor het werken met nanodeeltjes . Gevaarlijk is vooral de onbewuste blootstelling. Maar als je van tevoren weet waar je mee werkt kun je goede beheersmiddelen inzetten: bijvoorbeeld afzuiging met filters, stofmaskers.

Wat ik nuttig vind aan het advies van de Gezondheidsraad is dat het mensen meer bewust maakt van de ultrakleine deeltjes, waardoor argeloze blootstelling beperkt kan worden. Ook bij DSM is zorgvuldigheid met nano’s weer hoger op de agenda gekomen.

De Gezondheidsraad vindt dat bedrijven een blootstellingsregistratie moeten bijhouden. Bij DSM zijn we al langer bezig om alle potentiele blootstellingsroutes in kaart te brengen. Als je weet bij welke handelingen blootstelling kan optreden, kunnen persoonsgebonden metingen worden uitgevoerd met draagbare apparatuur. De aard van nanodeeltjes dwingt ons wel om in andere eenheden te gaan denken en nieuwe meetmethodes te introduceren waarmee we blootstellingen kunnen meten. Maar verwacht hier niet teveel van: een eenduidige registratie is niet gemakkelijk. De ene nano is de andere niet en voor je het weet vergelijk je appels met peren.

Over de gezondheidsbewaking die de Gezondheidsraad adviseert: DSM-medewerkers worden uitgenodigd voor een periodiek een medisch onderzoek. Daar wordt niet specifiek gekeken naar eventuele klachten door het werken met nanodeeltjes, maar ik zou ook niet weten hoe je die zou moeten meten. Zolang er geen duidelijke parameters bekend zijn uit proefdieronderzoek heeft het geen zin om mensen op vage gronden te gaan controleren.

Waar ik het advies van de Gezondheidsraad niet volg, is in de behoefte om alles centraal vast te leggen. Prima als je per bedrijf de deeltjes goed karakteriseert, de blootstellingsniveaus vastlegt, en je arbo-systeem bijhoudt (analoog aan het registreren van kankerverwekkende stoffen). Maar waarom al die extra administratie van een centraal systeem? En hoe moet het met de vertrouwelijkheid; het gaat toch om gevoelige informatie die je liever niet buiten het bedrijf wilt hebben. Ik denk dat het vroeg genoeg is om bij een concreet vermoeden gericht informatie bij bedrijven te gaan verzamelen. Als je bijvoorbeeld een verband vermoedt tussen het werken met koolstofnanobuisjes en roze pinken, dan ga je de mensen langs die geregistreerd staan als werkend met die specifieke nano’s en kun je dan gaan onderzoeken hoe het met de roze pinken zit.