Adviezen sijpelen door via de media

In de eerste maanden van 2013 zat huisarts Petra Elders in bijeenkomsten met verschillende groepjes huisartsen: in haar eigen praktijk, bij een lunch met een huisartsengroep, in het farmacotherapeutisch overleg (FTO) samen met de apotheker. Ze vertelt: ‘Het was de andere huisartsen opgevallen dat er meer aandacht voor vitamine D is: patiënten vragen er vaker naar en zelf denken ze er eerder aan om het voor te schrijven. Waar die aandacht vandaan komt, wisten ze eigenlijk niet, maar ze vermoedden vanwege berichten in de media. Er was ook wel wat gerelativeer: “Wordt het niet overdreven? Is het geen hype?” Maar aangezien het voor ieder duidelijk is dat vitamine D geen kwaad kan, schrijven ze het nu vaker extra voor aan peuters, ouderen, zwangere vrouwen.’

Petra Elders‘De huisartsen die ik gesproken heb, zijn dus wel bekend met de aanbevelingen uit het advies maar bijna niemand weet dat het advies van de Gezondheidsraad komt en helemaal niemand had het gelezen. Nu doen huisartsen dat ook op andere onderwerpen niet hoor; het werk is te veelzijdig om op alle deelaspecten uitgebreide rapporten te gaan lezen. Indirect worden huisartsen – net als andere burgers - met zo’n advies geconfronteerd via de media. En natuurlijk via hun eigen media.’

‘Een collega zei tegen me: “Als je als huisarts de richtlijnen van het Nederlands Huisartsengenootschap (NHG) bijhoudt, je FTO’s doet, en Huisarts en Wetenschap leest, dan moet dat genoeg zijn om je vak bij te houden”. In Huisarts en Wetenschap, maandblad van het NHG, is helaas nog geen aandacht geweest voor dit advies. Hetzelfde geldt voor de website van het NHG: de tekst over vitamine D die daar staat, is voor het laatst in maart 2012 herzien. Ook daar lees je het advies van de raad dus nog niet terug.
Weet je, iemand moet het opschrijven. Dat zou misschien wel een mooi gebaar vanuit VWS zijn: het NHG niet alleen vragen om de richtlijnen aan te passen, maar het ook financieel mogelijk maken dat er stukken geschreven worden die de nieuwe adviezen inzichtelijk maken. En ook voor de Gezondheidsraad is het van belang om de huisartsen goed te informeren en eventuele belemmeringen in de communicatie op te heffen.’

‘Die communicatie kan trouwens ook al vroeger in het traject verbeterd worden. Ik zat zelf in de Gezondheidsraadcommissie die het advies over vitamine D opstelde, en tegelijkertijd was ik betrokken bij het opstellen van de NHG-richtlijn voor osteoporose. Die twee clubs leidden een eigen leven, en dat zou eigenlijk niet moeten kunnen. Wanneer je elkaar tijdens het proces informeert, gaat de implementatie een stuk sneller en gemakkelijker.’