Landelijke regie onontbeerlijk voor een gezonde omgeving

In 2015 startte de Gezondheidsraad een bijzonder adviestraject over een Afwegingskader Milieu en Gezondheid. Het begon met een voorzittersbrief met een analyse van twintig jaar advisering over de invloed van milieufactoren op de gezondheid. Er volgde een workshop waarin een waaier van deskundigen uit het netwerk van de raad met elkaar besprak op welke punten het bestaande afwegingskader voor het omgaan met risico- en veiligheidsvraagstukken aangepast zou moeten worden om ook gezondheidsaspecten te kunnen meewegen in het milieubeleid. De volgende stap zal volgens commissievoorzitter Fred Woudenberg (GGD Amsterdam) het feitelijke advies zijn, dat vermoedelijk nog voor de zomer van 2016 uitkomt. Duidelijk werd dat de Gezondheidsraad in adviesvorm kan variëren om zo beter in te spelen op de behoefte van de opdrachtgever.

JV2015_H5Op welke vraag moet dit adviestraject antwoord gaan geven?

De staatssecretaris van IenM wilde graag weten wat een afwegingskader kan bijdragen aan het verbeteren van de gezondheid in Nederland. Haar vraag heeft te maken met de Omgevingswet die we krijgen. In die wet krijgen gemeenten, provincies en waterschappen meer ‘lokale afwegingsruimte’ op die onderwerpen waar de Europese regels niet keihard zijn. Je moet dan bijvoorbeeld denken aan langetermijnbeslissingen over leefomgeving en bouwplannen. Deze lokale overheden mogen voortaan zelf nagaan: als we de omgeving gaan vormgeven geven we dan vooral ruimte voor de economie, willen we de stad volbouwen, of willen we vooral de gezondheid bevorderen? Het idee is dat er – als er een goed afwegingskader is – betere afwegingen worden gemaakt en de belangen van de volksgezondheid beter worden gewaarborgd.

Heeft u een concreet voorbeeld?

Stel: er is een plan om in de stad een nieuwe feesthal te bouwen. Meer mensen betekent in de regel: meer auto’s. Dan ga je kijken of er over bepaalde wegen naar verwachting meer auto’s gaan rijden. Als dat zo lijkt te zijn, is de volgende vraag: gaan we dan de wegcapaciteit en parkeervoorzieningen uitbreiden? Meer auto’s betekent ook: meer geluidsoverlast en luchtverontreiniging. Als je niet meer herrie en stank wilt, dan moet je de bouwplannen misschien verplaatsen naar de rand van de stad, of je zorgt dat mensen hun auto’s achterlaten aan de rand van de stad. Bij zulke besluiten is een afwegingskader handig.

In de voorzittersbrief gaat het onder meer over het monitoren van blootstelling, over omgaan met risico’s en over hoogrisicogroepen. Welke toevoeging kwam er vanuit de workshop?

De belangrijkste uitkomst van de workshop van 8 oktober was dat er geen nieuw afwegingskader nodig is. Wel is het belangrijk dat het bestaande kader beter en vaker gebruikt wordt. Het op stapel staande advies gaat er vooral over wat we kunnen doen om er voor te zorgen dat bestaande afwegingskaders vaker en beter gebruikt worden. We zeggen ook dat het noodzakelijk is dat het rijk gemeentes en provincies ondersteunt en meestuurt bij hun afwegingen.

Kunt u al een tipje van de sluier over de aanbevelingen oplichten?

Wij zeggen: het mankeert niet aan de beschikbaarheid van afwegingskaders. Belangrijk is dat ze echt gebruikt gaan worden en ook goed gebruikt gaan worden. We zeggen daarom bijvoorbeeld: schrijf een handreiking voor gemeenten. We zeggen ook: maak een afwegingshuis in het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Dat is straks de digitale plek waar gemeenten en andere lokale overheden informatie kunnen vinden over geluid, lucht, bodem. Daarin worden ook ‘informatiehuizen’ gebouwd: een bodemhuis, een luchthuis, etcetera. Wij zeggen: ga daar ook een afwegingshuis maken waar overheden terecht kunnen als ze gezondheid willen meewegen in lokaal omgevingsbeleid.