Antibioticagebruik bij dieren moet verder omlaag

De afgelopen vijf, zes jaar gaven een enorme daling te zien in het antibioticagebruik bij dieren. Grofweg ging het om zo’n zestig procent reductie, waarbij er wel veel variatie was per diersoort. Maar op een gegeven moment, zo vertelt Dik Mevius, wordt het moeilijk om het antibioticagebruik nog verder naar beneden te brengen. Dan lijkt de rek er uit.

Is het wel mogelijk om het antibioticagebruik bij dieren nog verder omlaag te brengen?

Als dieren een infectieziekte hebben, moeten ze behandeld worden. Als antibiotica daarbij helpt, dan is het goed om het in te zetten. Maar in het verleden werd er veel antibiotica gebruikt om te voorkomen dat dieren ziek zouden worden. Dat preventieve gebruik is eruit gehaald. Wil je het antibioticagebruik nu nog verder gaan reduceren dan loop je tegen de grenzen aan.
Op een gegeven moment kom je in een welzijnsconflict. Accepteren we meer zieke dieren of gaan we op zoek naar andere vormen van bedrijfsvoering die meer garantie geven voor de gezondheid van dieren? Die andere bedrijfsvormen zijn vaak economisch minder rendabel voor de dierhouder. Antibiotica waren heel goedkope tools. In ons advies dat vorig jaar uitkwam hebben we gezegd: aanpassingen duren langer en zijn duurder. Toch zal er, om de gezondheid van dieren beter te kunnen borgen, een duurzamer systeem gemaakt moeten worden.
Verder moet er meer aandacht voor bepaalde middelen komen. Colistine bijvoorbeeld, zou minder vaak moeten worden toegepast. Dat kunnen we toch wel concluderen uit de nieuwe bevindingen in China, maar ook in Nederland.

JV2015H3Hoe is dit advies ontvangen?

Diersectoren en dierenartsen zijn niet verwonderd dat het advies luidt om naar een duurzamer systeem te komen. Voor de Gezondheidsraad is het voorzorgsysteem voor de gezondheid nog steeds leidend, niet het economisch rendement.
Waar het advies vooral op wijst is dat we tussen de sectoren nog veel variatie zien. Groene bedrijven doen het erg goed, andere bedrijven zitten in het rood. ‘In het rood’ wil zeggen dat bedrijven naar ons idee bovenmatig veel antibiotica gebruiken.
Er is winst te behalen als we beter begrijpen wat bedrijven in de ‘rode’ categorie brengt. Niemand kijkt op als een bedrijf voor een korte periode in het rood gaat vanwege een ziekte-uitbraak onder de dieren. Maar bedrijven die systematisch in het rood zitten, zou je in kaart moeten brengen. Ligt het aan de kennis van de dierhouder?  Is het een kwestie van motivatie? Tobt die dierhouder met ongezondere dieren? Gaat het om slecht management, slechte huisvesting? Uit al die factoren zal een gemene deler afgeleid moeten worden waarop we kunnen sturen.
Iets soortgelijks geldt voor de dierenartsen. Ook onder hen is er een percentage dat systematisch meer antibiotica voorschrijft dan anderen. Is dat omdat ze met moeilijker gevallen te maken hebben of schrijven ze gewoon sneller antibiotica voor?

Hoe hoopt men achter die ‘gemene deler’ te komen?

De onderzoeken om de genoemde vragen te beantwoorden, starten nu. In grote epidemiologische studies wordt geprobeerd te achterhalen welke factoren bepalend zijn voor het antibioticagebruik in een bedrijf. Als je dat onderzoek bij grotere aantallen bedrijven doet, kun je algemenere associaties vinden.
Naast epidemiologisch onderzoek is ook een goede gamma-studie gewenst. Want vaak gaat het ook om gedrag, om mentaliteit. Om gedragsverandering te kunnen beïnvloeden moet je ook daar meer van begrijpen.

Waar moet het heen, wat u betreft?

Nederland is op dit moment voorzitter van de Europese Unie. Dat is waarom we vorig jaar zo’n haast met dit advies hebben gemaakt. We willen het terugdringen van antibioticagebruik bij dieren op de Europese agenda zetten. Daar is onze overheid al druk mee bezig.
Europees uitrollen van een strikter antibioticabeleid heeft een lange adem nodig. In Nederland is het relatief snel gegaan, omdat de politieke wil er was en de gemiddelde burger het zat was. De Nederlandse gezondheidszorg is de minst antibiotica-gebruikende in de wereld. In andere landen – in de zuidelijke aanmerkelijk meer dan in de noordelijke – wordt bij mensen veel antibiotica gebruikt. Daardoor valt de invloed vanuit de dieren niet meer op. Zuidelijke landen hebben eigenlijk een dubbel probleem: er wordt veel meer antibiotica aan mensen voorgeschreven waardoor de resistentie toeneemt, en daarbij maken ze zich nauwelijks zorgen om de extra bijdrage aan resistentie-ontwikkeling vanuit de dieren. Maar juist in die zuidelijke landen is het van belang dat het ook bij de dieren beter gaat.